31.5.06

Resultaat

Alweer even geleden was ik uitgenodigd voor Het Contourium, een seminar over spiegelend leiderschap. Dit seminar stond tevens in het kader van netwerken. Er werd door de organisatie erg gestimuleerd om tijdens de pauzes zoveel mogelijk te netwerken. De organisatie wilde dat ‘wij’ zoveel mogelijk kaartjes zouden uitwisselen.

Dat stuitte me een klein beetje tegen de borst. Ik houd niet zo van zoveel mogelijk kaartjes uitwisselen. Toch ging ik naar huis met een hele stapel visitekaartjes. Hoewel ik best een aantal interessante mensen heb ontmoet was deze manier van netwerken niet helemaal ‘mijn’ manier. Het ging allemaal iets te vluchtig. Van een aantal kaartjes kon ik me bij thuiskomst niet meer herinneren welk gezicht erbij dat kaartje hoorde. Dat was voor mij een teken dat de kwaliteit van die contacten niet heel erg hoog was.

Maar…..
Ik heb er wel twee echte leads aan overgehouden. En iemand ontmoet die ik afgelopen week weer aan iemand heb kunnen koppelen en die nu gaan samenwerken.

Dus hoewel het niet echt mijn manier was, heeft het wel direct ‘resultaat’ opgeleverd. Niet dat ik me daar schuldig over voel hoor, maar toch. Het heeft me wel aan het denken gezet.

Nu op Sproutstart.nl: Netwerken, netwerken, netwerken

Ronald Kleverlaan, lid van het expertpanel van Sprout Start, over netwerken:
Een van de belangrijke taken van een ondernemer is netwerken. Hierbij komt hij/zij in contact met potentiële klanten, partners & personeel en leert hij hoe de wereld “echt” in elkaar zit. Maar naar wat voor bijeenkomsten kun je nu gaan als ondernemer? En hoe weet je welke netwerken er nu zijn in jou branche/regio?

Lees de rest

--
Bron: Sproutstart.nl

18.5.06

Nieuw boek van Ecademy: A Friend In Every CIty

Op Ecademy trof ik een nieuw boek van deze bekende netwerksite aan: A Friend In Every City.

Networking is the key skill for the 21st century worker. As birth rates go down, life expectancy goes up and the business world continues to downsize to a core of permanent workers, more of us will find the 21st century a tough place to make a living. More of us will find ourselves working as freelancers or as part of 'fractional teams' that come together for a project and then disband. Fewer of us will retire on a pension - choosing instead to work on a portfolio of projects.

A Friend in Every City looks first at the forces shaping the new ways of working, then at how online networks, such as LinkedIn, Open BC, Ryze and Ecademy, are evolving to provide support for them. The authors look at how an individual worker can leverage these changes to their best effect.

Networks can provide us with support in all aspects of our lives. A good network will sustain us through bad times as well as good, providing emotional support as well as referrals. Contacts become connections, connections become advocates and advocates become friends.

Can the new networks provide the basis for something more than personal friendship and business? If we can look forward to having a true friend in every city around the world, what changes might that bring? Can conversations change the world?

Lees de rest / bestel het boek

(...en ik hou me aanbevolen voor een exemplaar om te recenseren op dit weblog!)

Netwerken en filmkijken...nog een paar kaartjes beschikbaar voor Da Vinci film


Morgenavond, op donderdag 14 mei, gaat in Nederland de verfilming van het boek De Da Vincicode in premiere.

Samen met de netwerken van Nieuwe Garde Groningen, Pentascope, het Authenticiteitsnetwerk, het Sociaal Virus, Open Source Groningen en Elvenstone is er morgenavond een gezellig samenzijn in Groningen.

Networks United!

Een boeiende avond, met vooraf een lezing door dominee Jan Vaessen, van het Authenticiteitsnetwerk.

Daarna de premiere van de film, en na tijd een gezellige borrel, met 400 (!) leuke en boeiende mensen.

Er zijn nog enkele kaarten over. Mocht je dit lezen en nog langs willen komen, mail dan even naar martijn@elvenstone.com. Tot 12.00 kun je je nog aanmelden.



Locatie: Bioscoop Camera, Groningen
Tijd: 20.00
Datum:14 mei 2006

15.5.06

Het IS een kleine wereld: de “6 degrees of proximity”

Herinner je de laatste keer dat je op vakantie was en dat je daar een andere landgenoot tegenkwam? Tien tegen één dat je in je gesprek ontdekte dat je een gemeenschappelijk contact had en dat één van beiden zei “het is toch een kleine wereld!”. Dit gebeurt vaak op vakanties. Het lijkt dat dit op zulke momenten zelfs meer gebeurt dan in ons dagelijks leven. Is dit nu toevallig? Of zit er meer achter?

Het is niet zo toevallig als het kan lijken. We leven inderdaad immers in een heel kleine wereld. De eerste die daar echt onderzoek naar begon te doen, was Stanley Milgram in 1967. Uit zijn “small world experiment” is de theorie van de “6 degrees of separation” ontstaan. Deze theorie zegt dat iedereen in de wereld via 6 stappen (lees: mensen) met elkaar verbonden is. Verschillende andere onderzoeken tussen 1967 en vandaag hebben bewezen dat dit inderdaad zo is.

Laten we het ook even van een andere, meer wiskundige kant bekijken. Laten we aannemen dat iedereen gemiddeld 250 contacten heeft (en dit gaat dus zowel over privé als professionele contacten). Elk van deze 250 contacten heeft op zijn/haar beurt ook 250 contacten. Als we dan even heel conservatief aannemen dat je de helft van deze mensen ook zelf kent, dan kent elk van jouw contacten nog 125 mensen die jij niet kent. Dat betekent dus dat je in de tweede graad met 31.250 (250*125) mensen in contact kan komen. Je kan er nog over discussiëren of 250 contacten veel of weinig is, maar ik denk dat er weinig mensen zullen zeggen dat 31.250 weinig is. Daar zit dus de echte kracht van netwerken: in de tweede graad. Je hebt niet enkel veel meer mogelijkheden, er is tevens een vertrouwensband via je gemeenschappelijke kennis.

Dit principe van de “6 degrees” die ik zelf de “6 degrees of proximity” noem (als je via 6 personen eender wie ter wereld kan bereiken ben je toch eerder met elkaar verbonden dan gescheiden, niet?) kan je bv. ook terugvinden op de online netwerking website LinkedIn (http://www.linkedin.com/) Daar zie je niet enkel hoeveel mensen je zelf in eerste, tweede en derde graad kan bereiken, maar ook wie dat deze mensen zijn.

Wat is nu voor mij de waarde van dit inzicht? Dat we op een andere manier met elkaar kunnen omgaan op recepties, evenementen, online netwerken en andere netwerkgelegenheden. Veel te vaak voelen deelnemers aan recepties zich niet comfortabel omdat ze het gevoel hebben dat ze moeten verkopen of dat ze iets van iemand anders willen. En aangezien ze het niet aangenaam vinden als iemand deze attitude heeft t.o.v. henzelf, willen ze dit ook niet uitstralen naar anderen toe. Als je echter inziet dat de grootste waarde van het netwerk in de tweede graad zit, dan kan je op een andere manier met mensen omgaan.

Zoek dus in je volgende gesprek op een netwerk evenement eens naar wat je gesprekspartner voor je netwerk kan betekenen en jouw netwerk voor je gesprekspartner. En omgekeerd: wat het netwerk van je gesprekspartner voor jou kan betekenen en jij voor het netwerk van je gesprekspartner. Je zal niet enkel veel meer opportuniteiten ontdekken, maar je ook een heel ander en aangenamer gesprek voeren!

PS: als je in je gesprek ontdekt dat jij en je gesprekspartner ook voor elkaar iets kunnen betekenen, dan mag je hier uiteraard dieper op in gaan. Je hoeft niet enkel aan je netwerk te denken. Door echter vanuit je netwerk te denken krijg je een heel ander gesprek met soms verrassende resultaten!

Have a great networking day !

Jan

PS: het bovenstaande artikel is een abstract uit het netwerking boek “Let’s Connect!” (http://www.letsconnect.be/)

Artikel: De netwerkgeneratie verlaat de economie zoals de babyboomers de kerk verlieten

De volgende generatie ontvlucht de economie zoals de babyboomers de kerk
verlaten hebben.
Het zijn de eerste Markt Marxisten.


Lees het hele artikel op het weblog van The Future Institute.

12.5.06

Gewoon grappig...

Ik ging gisteren voor het eerst in levenden lijve langs bij René Pijlman (o.a. van Lancelots.nl), blogalist op dit weblog. Bij de entree van het gebouw viel me ineens op dat bovenaan de bedrijfsnaam van een andere blogalist hier prijkt: Blue Tree van Richard van Houten. Ik had nooit echt bewust geregistreerd dat ze hetzelfde adres hebben.

Is dat nou een geval van 'klein wereldje' of 'groot netwerk'? Of gewoon 'toeval'...
:-)

9.5.06

Ondernemers als stamhoofden...?!

'Eigenlijk gedragen ondernemers zich net als traditionele stamhoofden. Het uitwisselen van giften, beginnend bij de ruil van visitekaartjes, toont grote overeenkomsten met de traditionele ruil van bijvoorbeeld mooie vrouwen, een dans of de voor sommigen bekende Kula-ring'.

Als antropoloog in spé, met speciale interesse voor de sociale processen die ten grondslag liggen aan de moderne economie, doe ik onderzoek naar de wijze waarop ondernemers omgaan met hun sociaal kapitaal. Sociaal kapitaal komt voort uit de interactie met anderen. Ik onderscheid het in drie dimensies; de structurele dimensie (je netwerken, zijn het meest tastbaar en meetbaar), deze dimensie wordt in stand gehouden door de relationele dimensie (reciprociteit en vertrouwen) en de cognitieve dimensie (gedeelde waarden en codes). Mijn belangrijkste bevinding en stelling is dat reciprociteit de hoeksteen vormt van het sociaal kapitaal van de ondernemer. Daarnaast stel ik dat antropologische theorieën over gift-exchange in sterke mate de processen beschrijven waar de moderne ondernemer zich dagelijks in begeeft.

Om beide stellingen te onderbouwen zal ik ingaan op wat een gift aan reciprociteit met zich meebrengt. Een gift is 'alles wat mogelijk kan worden gedeeld, iets wat zin heeft en iemand een verplichting of een schuld kan opleggen'. Het uitwisselen van giften zorgt voor het ontwikkelen en bevestigen van een relatie van solidariteit, het creëert een relatie van reciprociteit, wederkerigheid. Een relatie van reciprociteit kan worden omschreven als een relatie van geven en nemen tussen personen die aan elkaar gelijk zijn. De gever wil met het geven van een gift laten zien dat de ontvanger belangrijk voor hem is. Het geven van een gift heeft een dualiteit in zich en brengt hiermee verandering aan in de relatie. Deze dualiteit uit zich enerzijds in het creëren van een relatie van solidariteit (gever deelt immers wat hij heeft), anderzijds uit het zich (onbewust) in een relatie van 'superioriteit' (ontvanger accepteert de gift en plaatst zich in 'schuld' ten opzichte van de gever of diens netwerk). Deze 'schuld' hoeft niet direct te worden terugbetaald. Algemene reciprociteit, de vorm waar we het hier over hebben, laat zich namelijk kenmerken door een altruïstisch karakter. Het gaat om hulp die, indien mogelijk en in welke vorm dan ook, ooit wordt teruggegeven. De gift creëert dus een sociale band die aan de ene kant kleiner wordt, maar aan de andere kant, voor een bepaalde periode, juist groter. Door deze interactie zorgen zowel gever en ontvanger voor het creëren van een samenleving (netwerk) waarin zij beiden kunnen leven en functioneren.

Evenals in traditionele samenlevingen onderschrijft of initieert ook in ondernemend Nederland de materiele stroom de sociale relaties. Ondernemers doen immers aan gift-ruil. Zoals hierboven gesteld, begint dit met het uitwisselen van elkaars visitekaartje. Hiermee bevestig je dat je een relatie wilt aangaan met de ander. Je geeft een deel van je identiteit 'weg' door de ander toegang te verlenen tot de poorten van je netwerk. Deze reciprocitaire relatie ontwikkelt zich middels de uitwisseling van bepaalde info, het doorgeven van namen van netwerkcontacten, adviseren, het uitnodigen op (netwerk)bijeenkomsten, etc. Ondernemers zijn continu op zoek naar horizontale (informele) relaties, daarbinnen floreert reciprociteit het beste en kan men uiteindelijk 'het meeste gedaan krijgen'. De wederzijdse afhankelijkheid die voortvloeit uit reciprociteit is dan ook kenmerkend voor de economie als systeem waarin de ene ondernemer 'afhankelijk' is van andere ondernemingen. Dit systeem uit zich in de structurele dimensie van sociaal kapitaal; in de netwerken en het voortdurend netwerken. Veel aandacht moet dan ook worden besteed aan de relationele dimensie, aan het niveau van wederkerigheid dat in je netwerken aanwezig is. Met reciprociteit binnen je netwerken breng je deze op een ander niveau.
Herken je dit? Doe jij ook aan gift-exchange? Misschien niet dat je vrouwen (of mannen) of dansen uitwisselt, maar toch...?!

Enige tijd terug ontmoette ik Martijn Aslander. Kijkend naar de twee types van economische transacties - reciprociteit en redistributie - zie ik een overeenkomst tussen de laatste en Martijn. Martijn verbindt mensen, ideeën en informatie met elkaar. Hij verzamelt deze en verdeelt ze weer (en voegt iets toe). Redistributie is anders dan reciprociteit. Het speelt zich af binnen relaties, kent een sociaal centrum met sociale grenzen en gaat over de collectieve actie van een groep. Reciprociteit daarentegen speelt zich af tussen relaties en veronderstelt twee kanten met verschillende sociale en economische belangen. Redistributie is dus een systeem van reciprociteiten. De interessante vraag (discussie!) is wat er gebeurt wanneer het stamhoofd van zijn plek verdwijnt. Niemand minder dan zijn stam (netwerk) zal er het meeste onder lijden... Hoe zie jij dit?

Bovenstaande zijn enkele (voorlopige) bevindingen en vragen uit mijn onderzoek. Ik ben zeer benieuwd naar reacties!

Met vrolijke groet,
Laurens Zaalberg

8.5.06

De Wet Van Het Zandkasteel

Gisteren was een leerzame dag. Naast een indringende ontmoeting met een Mooi Mens leerde ik iets belangrijks over "creëren in netwerken".

Ik was namelijk aan de slag gegaan met zand, schep en water en was bezig een fort te bouwen. Niet zo van rats, klats, je keert wat emmers met zand om en je hebt een kasteel. Het moest, vond ik, een beetje lijken op een oud Perzisch fort, of zoiets. (Met name dat laaste was belangrijk, ik had die marge voor historische incorrectheid nodig voor een vrij gevoel van creativiteit.)

Ik ging aan de slag en druk scheppend, zand aanstampend, boetserend en glad makend ontstond er iets dat ik zelf best leuk vond worden. Het zag er strak uit! Ik deed het helemaal voor mezelf en ging er in op.

Maar wat gebeurde er? Mijn broer ging meehelpen. Mijn neefjes gingen meehelpen. Onbekende kinderen kwamen erbij staan en wilden meehelpen. "Mevrouw, heeft u die gemaakt? Mooi!" Ik kreeg dus zelfs loftuitingen. En ga dan maar eens niet naast je teenslippers lopen, als je complimenten krijgt over je zand-fort...
Dat ene kleine bouwsel voldeed niet meer; er moesten meer projecten in het leven geroepen worden om genoeg werk te hebben voor alle 'vrijwilligers'. Dus er kwamen nog twee. Ik moest wel af en toe wat aanwijzingen roepen om te zorgen dat 't ook iets werd dat zou blijven staan, maar het ging goed. (Uiteraard zag ik ook mogelijkheden voor een managementcursus maar die gedachte kon ik gelukkig ook snel weer loslaten.)
Niet alleen dat; naast ons begonnen kinderen aan soortgelijke bouwsels, met eenzelfde aanpak en opzet. Ineens begonnen veel méér mensen (tussen de 6 en 60 jaar) aan zulke 'projecten' in plaats van maar wat geultjes en kuilen te graven, wat de waarde daarvan ook moge zijn.

Ook zag ik hoe mijn karakter in alles naar voren komt; zo business, zo vrije tijd- zelfs als ik die scheiding niet zo zwart-wit aanbreng in mijn leven. Of ik nou weblogs over innovatie (Innovatieland.org) in het leven roep of een fort knutsel op een strandje; het patroon werd ineens erg zichtbaar. Want hoe kan het dat iets, dat zo duidelijk liefdeswerk is (en je mensen dus niet kan motiveren door ze geld te geven in ruil voor hun tijd, energie en expertise), medestanders vindt en mensen gezamenlijk aan iets willen bouwen, puur om het creëren zelf?

Al gravend deed ik een gedachtenexperiment: wat zou er gebeurd zijn als ik, zonder dat ik iets van tevoren al had gemaakt, bij al die mensen langs zou zijn gegaan en gevraagd zou hebben: "Goedemiddag, ik ga een fort maken van zand, wil je meehelpen?" Ik verwacht dat hooguit één of twee mensen mee zouden willen helpen. (Nog los van alle mensen die zich voor zoiets zouden generen, als volwassene.)
Ik gaf mezelf al meer kans als ik een prototype of schets van zo'n bouwsel zou hebben om te laten zien, dan zou ik van drie of vier mensen verwachten dat ze mee zouden willen doen. Maar dit effect? Al die mensen die meehelpen en als 'neveneffect' de geïnspireerde projecten op de rest van het strand? Dat kan alleen als je het gewoon gaat doén en er je hart en ziel in legt. Als je niets van mensen verwacht maar ze wel verwelkomt als ze mee willen doen.

Latent potentieel spreekt veel minder mensen aan dan gemanifesteerd potentieel; toch maken veel mensen de fout in het latente potentieel te blijven hangen en proberen hier mensen warm voor te krijgen. "Ik heb een idee, doe je mee?" werkt minder sterk dan "Ik ben mijn idee aan het uitvoeren, doe je mee?". Wil je je netwerk warm laten lopen voor een initiatief of project? Ga het gewoon doen, hoe houtje-touwtje het in eerste instantie ook zal moeten soms. Laat zien dat het menes is, dat je zelf verantwoording neemt voor de onzichtbare maar aanwezige barrière van idee naar realiteit (van potentieel naar manifestatie). We zullen elkaar altijd nodig hebben om dingen te realiseren- je kunt het meeste niet alleen. Sommige barrières in het creatieproces zijn nodig, die verbeteren het idee of gelden juist als breekpunt in het realisatieproces. Het zou wat zijn zeg, als alle ideeën ook gerealiseerd werden.

Alles goed en wel; daar hield de leerzame ervaring niet op voor me. Na gedane arbeid en het weer uiteenvallen van ad hoc projectgroep "Fort van Hoen" zaten we wat te eten op het gras toen we ineens een gejoel van jewelste hoorden. Een groepje kinderen sprong bovenop onze creaties en schopten het zand in de lucht. Ik heb goed opgelet of die kinderen plezier uitstraalden of iets anders, want tegelijkertijd zag ik ook de boosheid en verdriet op het gezicht van mijn 4-jarige neefje, die gekwetst naar me keek en zei: "Die kinderen moeten dat niet stukmaken!"

Het spel van creatie is tegelijkertijd een spel van vernietiging- hoewel ik het in eerste instantie ook niet leuk vond dat ze er op stonden te stampen moest ik ook meteen aan de dans van Shiva; vernietiging en creatie volgen elkaar steeds op. Magementguru-guru Tom Peters predikt het ook: Destruction rules! Hoewel ik het moeilijk vond dat mijn neefje die 'heilige dans' er nog niet in kon zien begreep ik ook dat het er bij hoort. Het was zand, ik heb er samen met anderen tijdelijk vorm aan gegeven en daarna valt het weer uiteen- of dat nou door kinderen of door de wind gedaan wordt. En na een tijdje was ook mijn neefje de tragiek weer vergeten. Op naar het volgende!

Wat me overigens meer opviel dan die 'vernielende' kinderen waren de ouders die erbij stonden toen hun kinderen dat deden. Het kan natuurlijk zo zijn dat ze er eenzelfde symboliek in zagen als ik, maar ik vond het toch weinig bemoedigend dat ze de gelegenheid niet aangrepen om ze iets te leren over 'respect hebben voor andermans creatie'. Ook al is het maar zand en is het maar tijdelijk: eerbied heeft een veel langere levensduur. Kinderen zijn de managers, leraren en politici van morgen, toch? Voed je een bouwer of een breker op? En wat ben je zelf?